Tekeningen van Mynke Buskens, foto’s van Bob Negryn en multidisciplinair werk van Karin van Pinxteren zijn vanaf 13 april 2014 te zien bij Mieke van Schaijk in ’s-Hertogenbosch. Onder de titel Eerst kijken dan denken laten de drie kunstenaars werk zien dat uiterlijk verschilt, maar een inhoudelijke samenhang heeft. De tentoonstelling is door Mieke van Schaijk in samenspraak met Mynke Buskens ontwikkeld.

Als tekenaar van landschappen kijkt MYNKE BUSKENS (1953) naar licht en ruimte en hoe ze de omgeving daarin waarneemt. Zo sluit
ze met haar werk aan bij een van de belangrijkste onderwerpen in de Nederlands kunst. Uitzonderlijk in haar tekeningen is dat ze een vrijwel allesomvattende blik loslaat op wat er om haar heen te zien is. Daar kijkt ze met een scherpe, analyserende blik naar, terwijl ze tegelijkertijd een sferisch beeld schept van de landschappelijkheid waar je eigenlijk nooit vat op krijgt. Haar tekeningen vormen meestal grote series, zodat je steeds haar blik kunt volgen vanuit het verschuivende standpunt van iemand die echt om zich heen kijkt.
Je kijkt met haar mee en daardoor kun je uiteindelijk ook haar gedachten volgen. Het is in finale zin contemplatief werk dat je in staat
stelt naar binnen te schouwen.

Wat het karakter van haar werk aangaat, voelt Mynke Buskens verwantschap met de foto’s van BOB NEGRYN (1961) die op allerlei plaatsen in de wereld ook de hoedanigheid van licht en ruimte en de objecten daarin in beeld brengt. Hij neemt ze op in een fotografische voorstelling
die niet zozeer een tijdsopname is, maar een weergave van een waarnemingsproces. Het is vreemd om dat over fotografie te zeggen, omdat de sluitertijd van de camera per definitie een momentopname veroorzaakt, maar Bob Negryn zet de fotografie op een andere manier in: het is de gevolgtrekking van een langdurige perceptie. Hij beoefent daartoe het genre van het stilleven, die intentie zie je ook af aan de weidse ruimtelijkheid van zijn landschappelijke werk. Net als bij Mynke Buskens is het niet zozeer het licht om en op de dingen die de beeldende ruimte zichtbaar maakt, maar is het fotografisch identificeren van de leegt er tussenin het kunstzinnig oogmerk.

Het werk van KARIN VAN PINXTEREN (1967) sluit daar in ideematige zin op een eigenzinnige manier bij aan. Zij presenteert weliswaar tastbare objecten en grafisch werk, maar die zijn in haar geval een instrument om de persoonlijke verstandhouding met haar onderwerpen een contrapunt te bieden. Van daaruit kan ze de wisselwerking die ze vanuit gevoelsmatige overwegingen met mensen en hun uitingen aangaat concreet gestalte geven. Ze bedrijft een vorm van beeldende correspondentie die ze de kijker ‘onder rembours’ voorhoudt. Ze levert zich pas uit als je je aan haar overgeeft. In die zin is haar werk sterk suggestief. Waar Mynke Buskens en Bob Negryn licht werpen op de ruimte tussen de dingen, beweegt zij zich in die ruimten tussen de elementen door. Zo kom je Karin van Pinxteren, Bob Negryn en Mynke Buskens in elkaars werk tegen bij Mieke van Schaijk.