<< Laat ons dansen # Extra moves
     

 

 
    Kurt Ryslavy, Facture décorative mono 133 le monoochrome avec son arriére-plan économique (Mieke Van Schaijk)
Acryl, op linen. 80 x 100 cm
Kurt Ryslavy, Facture décorative mono 71 le monoochrome avec son arriére-plan économique (Kooymans) | Acryl, op linen. 100 x 80 cm Frank Koolen, Laat ons dansen 02, 2016 Frank Koolen, Missing Link (dance version), 2016 | painted metal

Installatieview - Dennis Tyfus, Morgan Betz, Frank Koolen

Lu Yang, Gong Tau Kite, 2016
Single channel video | 3’24”
Morgan Betz, Hanging on the telephone, 2015
zeefdruk op canvas | 170 x 150 cm
Morgan Bets, Untitled, 2015
zeefdruk op papier (oplage 8 + 2 A.P) | 115 x 90 cm
Kim David Bots Kim David Bots Mike Moonen    

 

 

Frank Koolen organiseert LAAT ONS DANSEN

Mieke van Schaijk nodigde beeldend kunstenaar Frank Koolen (1978) uit een tentoonstelling samen te stellen voor haar galerie. Koolen vroeg Mike Moonen, Dennis Tyfus, Morgan Betz, Kim David Bots, Kurt Ryslavy, Lu Yang en Gerard Herman i.s.m Milan Warmoeskerken en zichzelf om specifieke bijdragen om onder de titel ‘LAAT ONS DANSEN' een groepstentoonstelling te maken.
Het doel van deze tentoonstelling is in de woorden van Frank Koolen: “Een dynamische, droge en lyrisch wellicht onderkoeld euforische lofzang op de mens en zijn mooie en daarom ook lelijke gebreken in alle afstandelijke feestelijkheid. Laat ons dansen brengt acht uiteenlopende kunstenaars bij elkaar die verbonden zijn door hun voortdurende reflectie op zichzelf als kunstenaar, de kunstenaar als mens en de mens als verdwaalde danser.”

Frank Koolen is een kunstenaar met een actieve en veelzijdige praktijk waarin hij alle media inzet. Hij combineert dit met zijn werk als docent en studieleider aan de Fine Art afdeling van de HKU in Utrecht. Als curator heeft hij de nodige spraakmakende tentoonstellingen op zijn naam staan, zoals de edities in 2012 en 2013 van KAAP in Fort Ruigenhoek bij Utrecht, een buitenexpositie die speciaal voor kinderen wordt gemaakt. Recent ontwikkelde hij i.s.m de Belgische kunstenaar/curator Lieven Segers de 'performatieve sculptuur' 120 Minutes tijdens Art Brussels 2015. Hierin presenteerden zij 36 solo-tentoonstellingen van 36 kunstenaars in de 36 uur dat de beurs duurde.

Koolen heeft ook nu niet de minste kunstenaars bij elkaar gebracht. Zo vertegenwoordigde Lu Yang (1984) China tijdens de Biënnale van Venetië in 2015 waar ze indruk maakte met haar 3-D animaties vol verwijzingen naar Tibetaanse goden, aangepast aan verschijnselen in de 21e eeuw, zoals een neurowetenschapper die de chemische onevenwichtigheden in de hersenen van een bijzonder boze godheid analyseert. In haar werk wordt de complexiteit van oude mandala's met de tijdgeest gecombineerd in een vorm van beeldende science fiction.

Morgan Betz (1974) woont en werkt afwisselend in Amsterdam, Berlijn en Japan. Zijn contrastrijke schilderijen, tekeningen en collages doen zich voor als elektrisch geladen koortsdromen over een parallel universum. Betz baseert zich vaak op gevonden afbeeldingen uit de populaire cultuur, zoals foto’s van Elvis op Hawaiï, of karakters uit Dragonball Z. Ook verwijst hij naar de kunstuitingen van zondagsschilders in zijn associatieve tekeningen. Zijn werk is zeer persoonlijk, maar toont die narratieve kant op een zeer uitgekristalliseerde doch gloeiende wijze.

Kim David Bots (1988) was in 2016 geselecteerd voor de presentatie ‘Prospects & Concepts’ van het Mondriaan Fonds tijdens Art Rotterdam. In een gesprek met curator Noor Mertens zei hij onder meer over zijn werk: “Ergens zou ik graag willen dat mijn werk de structuur van een goede grap heeft. Niet dat het grapjes zijn of dat het grappig moet zijn, maar dat ze zoals goede zinnen of grappen direct binnenkomen en vervolgens doorwerken in je hoofd. Dat ze blijven hangen, rondcirkelen en af en toe weer de kop opsteken. Ik denk dat ik daarom zoek naar zo’n directe beeldtaal. Iets wat zich voordoet als niets meer dan het is.”

Mike Moonen (1990) heeft op zijn website een inzichtelijke tekst staan: “Een risico bij het kijken naar mooie dingen is dat je een gevoel van verwondering of angst verliest door gewenning. Het zijn de mislukte pogingen en het subtiele drama daarvan die worden verstoord en spelletjes spelen met de verwachtingen en percepties. Het is wat het niet is, is het niet. Dat verkeren op de rand vind ik terug in de momenten waar het vertrouwde en het vervreemdende elkaar ontmoeten Deze tweedeling is ook te vinden in artistieke onjuistheden als misvorming, vervorming, de armen, de zwakken, banaliteit, het toevallige of het willekeurige. Het is de gevoeligheid die leeft in de dubbele betekenis waarin sommige dingen kunnen worden geïnterpreteerd. Un oef est un oef / enough is enough.” Zijn werk oogt als een vrolijk en tegelijkertijd navrant amalgaam van hedendaagse beeldoverdaad waarin hij specifieke accenten legt.

Over Dennis Tyfus (1979) staat op zijn wikipediapagina dat hij een Belgisch beeldend kunstenaar en muzikant is die een ambigue relatie met de kunstwereld heeft. “Door zijn punkattitude plaatst hij zichzelf vaak buiten het officiële kunstcircuit. Desondanks neemt hij deel aan ‘klassieke’ exposities, en werkte hij onder meer in opdracht van het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen.” Over de aard van zijn werk zei hij in een interview met Hilde Van Canneyt: “Tekenen, kliederen en lawaai maken is zowat het enige dat kleuters doen. Ik vrees dat ik er gewoonweg nooit mee ben gestopt.”

De Oostenrijkse schilder, conceptuele kunstenaar en dichter Kurt Ryslavy (1961) is de bedenker van het concept 'bourgeoise travesty' als artistieke expressie. Hij maakt juridische non-fictie documenten in verschillende media. Met deze gevonden beelden/uitvindingen, die hij combineert met geschreven teksten, doorbreekt hij taboes rond kunst en de maatschappij.
Ryslavy verkiest te werken met media zoals tekst, video, installaties, performance, beeldhouwkunst, schilderkunst en tentoonstellingsconcepten.

Gerard Herman (1989) is een beeldend kunstenaar die ook muzikant en verwoed amateurfietser is. Hij transformeert het alledaagse tot poëzie, zoals ook blijkt uit de ondertussen ongeveer dertig publicaties die hij op zijn naam heeft. Meestal verschijnen die in eigen beheer. Hij maak onder meer snel geschetste zwart-wit tekeningen meestal verrijkt met een bizarre/dubbelzinnige/absurde tekst, ergens tussen het tekenwerk van David Shrigley en de jonge Kamagurka in. Gerard Herman werkt in deze expositie samen met Milan Warmoeskerken een Antwerpse rasmuzikant die bekend is van onder andere Mittland Och Leo, Flying Horseman, Tone Zones, Beach, Condor Gruppe, Blackie & The Oohoo’s en Speedqueen. Gerard Herman i.s.m Milan Warmoeskerken