Gerard Herman, Behept, 2013 - Poem, 2013 - Outside, 2013
Inkt op papier

Fiona Mackay, Pompeii, 2016
water soluble pigment on paper, glass frame
100 x 70 cm

Juan Pablo Plazas, Heavy weight, 2016
150 x 61 x 30 cm

             

 

 

‘Extra Moves’ in expositie ‘LAAT ONS DANSEN’
De twist bij Mieke van Schaijk

Mieke van Schaijk nodigde in december beeldend kunstenaar Frank Koolen (1978) uit een tentoonstelling samen te stellen voor haar galerie. Deze levendige presentatie ondergaat nu een update, een aantal kunstenaars worden afgetikt en anderen betreden de vloer. De twist: Dennis Tyfus, Lu Yang en Kurt Ryslavy, Morgan Betz maken plaats voor Bonno van Doorn, Fiona Mackay, Juan Pablo Plazas en Timo van Grinsven. Mike Moonen, Kim David Bots, en Gerard Herman blijven meedansen maar soms met ander werk.

Het idee van deze tentoonstelling is in de woorden van Frank Koolen: “Een dynamische, droge en lyrisch wellicht onderkoeld euforische lofzang op de mens en zijn mooie en daarom ook lelijke gebreken in alle afstandelijke feestelijkheid. Laat ons dansen brengt acht uiteenlopende kunstenaars bij elkaar die verbonden zijn door hun voortdurende reflectie op zichzelf als kunstenaar, de kunstenaar als mens en de mens als verdwaalde danser.”

Frank Koolen is een kunstenaar met een actieve en veelzijdige praktijk die hij combineert met zijn werk als docent. Hij was lector ‘Kleur in context’ aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Sinds 2016 is hij daar studieleider autonome kunst. Als curator heeft hij de nodige spraakmakende tentoonstellingen op zijn naam staan, zoals de edities in 2012 en 2013 van KAAP in Fort Ruigenhoek bij Utrecht, een buitenexpositie die speciaal voor kinderen wordt gemaakt.

Bonno van Doorn (1977) onderging als kunstenaar een loutering toen zijn moeder aan de ziekte van Alzheimer leed en hij met haar communiceerde via vormen en kleuren. Sindsdien is hij de schilder die hij graag wil zijn. Hij werkt heel intuïtief vanuit voorwerpen en materie. De cirkelvorm keert in zijn werk altijd terug. Hij hanteert een speels manier van werken en een explosief kleurgebruik. Hij verzet zich tegen de verwachtingen die de buitenwereld van hem als kunstenaar heeft en is trouw aan zichzelf.

De Schotse Fiona Mackay (1984) volgde in Amsterdam de residency aan De Ateliers en woont en werkt nu in Brussel. Haar schilderijen zijn onvoorspelbaar van karakter doordat ze zo direct het gevolg zijn van het schilderen als handeling. De keuzes zijn voor een groot deel ter plekke al schilderend op het doek ontstaan. Haar schilderijen zijn een combinatie van vakmanschap en een formele, minimalistische manier van doen. Ze zegt onder mee over haar werk: “Uit de kloof veroorzaakt door het conflict tussen zuivere bedoelingen en de onmogelijkheid van een werk om volledig weer te geven wat onvolledig is, komt een verhaal tot stand dat steeds aarzelend, vluchtig en overgankelijk (en dus grillig) is. Via achterhaalde symboliek, een lijn, lijnen, herhaling, gelaagdheid; deze verhalen zijn open en toch versluierd, en misschien net daardoor nog meer verlicht.”

Morgan Betz (1974) woont en werkt afwisselend in Amsterdam, Berlijn en Japan. Zijn felgekleurde krijttekeningen doen zich voor als elektrisch geladen koortsdromen over een parallel universum. Betz baseert zich vaak op gevonden afbeeldingen uit de populaire cultuur, zoals foto’s van Elvis op Hawaï, of karakters uit Dragonball Z. Ook verwijst hij naar de kunstuitingen van zondagsschilders in zijn associatieve tekeningen. Zijn werk verspreidt een bijna tastbare, gloeiende energie.

Juan Pablo Plazas (1987) en Timo van Grinsven (1985) exposeren van 19 t/m 29 januari samen in de tentoonstelling “You, Me and You Again; Me and You Again by Me’ in DMW Art Space in Antwerpen. Bij Mieke van Schaijk laten ze hun licht schijnen over hun pas de deux. ‘Begrijp ons niet verkeerd’, zeggen ze, ‘we zijn geen dansers; we maken sculpturen en installaties. We mengen ingrediënten, bewegen ze heen en weer en zorgen ervoor dat ze niet vast komen te zitten. Onze sculpturen bewegen niet; het is hun doel stil te staan, hoewel ze tijdens het installeren veel hebben bewogen in de ruimte of in zichzelf. Vaak presenteren we ze stilstaand, omdat we willen dat u zich er omheen beweegt.”

Kim David Bots (1988) was in 2016 geselecteerd voor de presentatie ‘Prospects & Concepts’ van het Mondriaan Fonds tijdens Art Rotterdam. In een gesprek met curator Noor Mertens zei hij onder meer over zijn werk: “Ergens zou ik graag willen dat mijn werk de structuur van een goede grap heeft. Niet dat het grapjes zijn of dat het grappig moet zijn, maar dat ze zoals goede zinnen of grappen direct binnenkomen en vervolgens doorwerken in je hoofd. Dat ze blijven hangen, rondcirkelen en af en toe weer de kop opsteken. Ik denk dat ik daarom zoek naar zo’n directe beeldtaal. Iets wat zich voordoet als niets meer dan het is.”

Mike Moonen (1990) heeft op zijn website een inzichtelijke tekst staan: “Een risico bij het kijken naar mooie dingen is dat je een gevoel van verwondering of angst verliest door gewenning. Het zijn de mislukte pogingen en het subtiele drama daarvan die worden verstoord en spelletjes spelen met de verwachtingen en percepties. Het is wat het niet is, is het niet. Dat verkeren op de rand vind ik terug in de momenten waar het vertrouwde en het vervreemdende elkaar ontmoeten Deze tweedeling is ook te vinden in artistieke onjuistheden als misvorming, vervorming, de armen, de zwakken, banaliteit, het toevallige of het willekeurige. Het is de gevoeligheid die leeft in de dubbele betekenis waarin sommige dingen kunnen worden geïnterpreteerd. Un oef est un oef / enough is enough.” Zijn werk oogt als een vrolijk en tegelijkertijd navrant amalgaam van hedendaagse beeldoverdaad waarin hij specifieke accenten legt.

Gerard Herman (1989) is een beeldend kunstenaar die ook muzikant en verwoed amateurfietser is. Hij transformeert het alledaagse tot poëzie, zoals ook blijkt uit de ondertussen ongeveer dertig publicaties die hij op zijn naam heeft. Meestal verschijnen die in eigen beheer. Hij maak onder meer snel geschetste zwart-wit tekeningen meestal verrijkt met een bizarre/dubbelzinnige/absurde tekst, ergens tussen het tekenwerk van David Shrigley en de jonge Kamagurka in.